Terwijl ze uit het raam staart

laat ze haar vingers

ongeduldig trommelen

op de houten vensterbank

en vraagt met zeurderige klank

wanneer of ze mag schommelen

 

ze heft het hoofd en lacht me toe

terwijl ik jam van haar mondhoek veeg

kijkt ze me aan

haar blik is leeg

en geeuwend zegt ze: ik ben moe

 

pop bungelt

met de kop beneden

in het wiegen van haar armen

stil tevreden

 

samen zingen

Op de grote stille heide

dwaalt een herder eenzaam rond’

tranen klinken in mijn zang

 

dan streel ik langs haar wang

een afscheidszoen

tot morgen en een zacht

 

…dag mam!