Als een blaadje dat zich vastklampt aan de tak
om niet te vallen en waaraan de wind vraagt:

“Blad,

wat is het dat je niet kunt laten gaan.
Waarover wil je de controle houden.
Hoeveel regendruppels tel je
voor je meewilt met de stroom.
Zeg me blad,
wat is het dat jou tegenhoudt van
deinen op de kracht van dragen.”

Het blaadje antwoordt zacht:

“Och wind,
ik ben niet bang te vallen of te laten gaan,
het lijkt me fijn te wiegen op jouw adem.
Maar zeg me,
waar dein je me heen, wat wacht me daar.
Voordat ik loslaat wil ik weten hoe het verder gaat.”

De wind denkt na en lispelt lief:

“De toekomst laat zich niet bekijken
maar ligt omhuld door tijd
daar
waar bestaan niets weet van einde of begin
Alles wat leeft en ademt
kiemt en keert
in eeuwigheid.”

 Een briesje zucht het blaadje in vertrouwen