Ik vind je mijmerend bij het venster
waar de dageraad zich schuchter
aan vitrage hecht

je vangt mijn vragen in een glimlach
voor je zacht tegen me zegt

luister lief
de droomwind fluistert frêle vlinders uit het zuiden
op zijn adem drijven zomervogels weer naar huis

hoor hoe hij de sluimer van de bomen zucht
de aarde tot ontwaken kust
het leven lokt naar nieuw ontstaan
de winter wijkt
de winter vlucht



ik luister doof en zie bewogen
een belofte in je lenteogen