Daar waar de bron tot stroom ontspringt 

die als een glanzend slakkenspoor

door het welig beekdal vliedt

vlij ik me aan een oever neer

om mijmerende mee te deinen

met het ritmisch waterlied  

dat een vergleden tijd bezingt

waarin er molens wiekend

graaien naar haar kracht

en raderen gedreven

hamerbakken dwingen slaan

op lompen die door kinderhand

van vorm en knopen zijn ontdaan 

het beekje murmelt wat van vezels

wiegende totdat ze zacht

op een raam worden geschept

en hoe de stroming arbeidsmoe

terug te bedding is geëbd 

de hymne kabbelt verder

rimpelt richting de rivier

laat mij achter in gedachten

water

molens

en papier

 

 

Gedicht geschreven voor in uitgave:

Renkumse en Heelsumse Beekdalen

door Ruud Schaafsma