Moeizaam klim ik treden hoger

 

lager ligt veel dieper dan verwacht

 

kracht stuwt maar steelt het vloeien

 

van de adem

 

 

 

de laatst gezette stap schuurt

 

langs verzonken stenen

 

terwijl ik wankel

 

jaagt de nacht mijn schaduw 

 

 

 

stil turend door zijn venster

 

voorbij de grauwe velden

 

zie ik papavers deinen

 

langs de zomen van de wind 

 

 

 

mijn glimlach slaapt

 

terwijl de duisternis

 

me tot ze draagt